Hedwig 007

Omarm de onstilbare honger: pleidooi voor een druk leven

Soms verlang ik naar een dag zoals ik die ergens in mijn vroege jeugd voor het laatst heb gehad, een dag dat ik me verveel. Al is het maar een middag. Compleet niets doen, niets willen en niets hoeven. Van armoede (maar eigenlijk rijkdom, want natuurlijk moet ik mijn handjes dichtknijpen met zo’n druk en welvarend leven) sla ik dan maar weer een of ander diepzinnig boekje over het boeddhisme open. Leef in het nu, staat erin. Wees blij met wat je hebt. Alles zoals het nu is, is oké.

Heel even, een paar minuten lang, geloof ik erin en vergeet ik mijn droom van een heerlijk saai huisje op de hei. Dan klopt de rusteloosheid weer aan. ‘Wat heeft dit nou weer te betekenen? Dóe iets!’ Het calvinisme overwint en ik ga weer aan de slag. Druk, druk, druk, net zoals altijd. Ik droom van een rustig leven waarin ik alles onder controle heb, maar het wil gewoon niet lukken.

Gelukkig is er daar tussen al die antidruktegoeroes die ik stiekem zo verfoei, de Belgische filosoof Ignaas Devisch (45). Hij is auteur van het onlangs verschenen boek Rusteloosheid en komt met een welkome boodschap: die eindeloze dwang die je binnenin voelt, is juist goed. Hij vertelt dat het ‘altijd druk zijn’ juist een van de voornaamste drijfveren is van de mens. Ons creatieve leven en verlangen bestaat zelfs bij de gratie van ongedurigheid.

Tot in de jaren 60 werd voorspeld dat verveling het grote probleem van de 21e eeuw zou zijn

Tegen alle trends van verlangzaming in breekt Devisch een lans voor onze aanhoudende vlucht vooruit. Want we mogen dan klagen dat we compleet in beslag worden genomen door ons drukke leven, zo sprak hij in een interview op de Vlaamse radio, tegelijkertijd blijven we onze dagen (én weekenden) alleen maar voller proppen.

 

Lollig, maar niet onbelangrijk feit: dat is dus van alle tijden, aldus Devisch. De filosoof haalt in zijn boek onder meer een 14e-eeuwse koopman aan die schrijft dat hij spijt heeft dat hij zich het ziekbed in heeft gewerkt. Deze keer neemt hij zich écht voor niet meer zo hard te werken, belooft de koopman. Steek je hand op als je dit herkent. Ik zal wegkijken.

Nog lolliger is dat tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werd voorspeld dat verveling het grote probleem van de 21e eeuw zou zijn. Technologische vooruitgang zou leiden tot kortere werkweken en uiteindelijk zouden we van pure verveling tegen de muren op lopen.

We werken efficiënter en zouden minder dan ooit hoeven te doen, maar het tegendeel is waar. We hebben meer vrije tijd dan ooit, maar toch neemt onze gemiddelde nachtrust af. Het lijkt erop dat we alles uit het leven willen halen wat eruit te halen valt, onder welke omstandigheden dan ook. Volgens Ignaas Devisch moet je die onstilbare honger dan ook als iets heel positiefs beschouwen. Het zorgt voor optimale zelfoptimalisatie en alle passie die daarmee gepaard kan gaan, schrijft hij. Zonder rusteloosheid geen creativiteit en geen gevoel van vervulling.

Mijn huisje op de hei vormt nog steeds een uitstekend pensioenplan, maar voorlopig ben ik eigenlijk wel tevreden over mijn net iets te drukke leventje. We zijn nu eenmaal zo.

(Beeld: Frank Groeliken)

Deze column stond in de editie van weekblad Intermediair van 9 juni 2016. Het origineel vind je hier.