Atlas-gebergte

Laten we onszelf meeslepen door het leven in plaats van van alles te verwachten

Ik lag in foetushouding op ons minibankje zielig te zijn. Ziek zijn is nergens leuk en in een krap bemeten Volkswagenbusje al helemaal niet. De thermometer gaf nog net geen 39 graden aan. Ik kon me niet herinneren wanneer ik voor het laatst koorts had gehad. Er waren twee dingen mogelijk: of ik had een keer mijn handen te weinig gewassen met zeep (ik kon me goed voorstellen dat de smoezelige plaats waar we even daarvoor midden in Marrakech hadden gestaan niet heeft bijgedragen aan mijn weerstand) óf alle indrukken van de afgelopen twee weken Marokko hadden het betere van me geëist. In de eerste week zijn we in een behoorlijk tempo van Tanger naar Marrakech gereden omdat mijn zusje daar aankwam, en de week daarna hebben we samen met haar een fantastische tour rond het Atlasgebergte gemaakt, inclusief woestijn en kust, om haar zeven dagen later weer op het vliegveld in Marrakech af te leveren.

Dat soort dingen zijn van tevoren altijd fantastisch, ook al heb je ze niet echt goed doorgedacht, en in de realiteit gaat het daar dan ook mis. Duizend kilometer in één week is niet niks. Nu ben ik misschien wat laks geworden en was ik misschien niet vaak genoeg mijn handen de laatste tijd, maar feit is dat ik teveel van mezelf vraag. Zelfs toen ik me ziek begon te voelen (wat vaak erger is dan daadwerkelijk ziek zijn, want dan heb je tenminste iets om je aan over te geven en bestaat er niet het idee dat gewoon en energiek doorleven ook nog kan helpen) en we dichtbij Essaouira stopten voor boodschappen, stelde ik Jeroen voor om dan maar direct de oude binnenstad te verkennen. Daar was ik benieuwd naar en dan hadden we dat gehad. En bovendien was het op die dag mooi weer.

We hebben het allemaal zo keurig uitgestippeld in ons hoofd hè, wat we willen. Maar die realiteit, die helpt niet altijd mee.

Dualiteit en zo

Liggend in de foetushouding probeerde ik te denken aan dualiteit en hoe het beter is als dat niet bestaat. Oftewel: dat ik ziek en koortsig ben is niet stom – het is er. En aangezien ik er niets aan kan veranderen, behalve dan verse gember-kurkumathee met honing maken misschien, kan ik me er maar beter in berusten. Op die manier heeft mijn lichaam vast ook meer energie om aan te sterken. En op het moment dat ik dat bedacht, dat ik daar lag en dat je daar niets van hoeft te vinden, voelde ik me net een stukje lichter worden. Zelfs heel even een sprankje geluk. Omringd met mijn eigen spulletjes in die goeie ouwe bus, mijn nieuwe thuis dat al zo vertrouwd voelt, en met mijn liefste die voor me zorgt en de hondjes die extra met me komen knuffelen.

Zodra de koorts is gezakt en ik voel dat ik er zin in heb, ga ik een stukje wandelen. Ik neem een met stenen bezaaid zandpad dat dwars door een laag en open bos van arganbomen leidt. Zoals altijd zie ik alles. Ik zie een mestkever met zijn kleine pootjes een grote bruine bal voortduwen, netjes het pad volgend en ook nog eens met een stuk of zes mieren meeliftend op zijn rug. Ongelooflijk, wat een kracht. Dan zie ik een loslopende ezel. Hij graast en wacht op het moment dat zijn diensten weer nodig zijn om spullen naar het dorp verderop of naar nog veel verder gelegen dorpen te dragen. Wat een geduld. Dan zie ik een oude vrouw en een jong meisje slepen met takkenbossen en ze zeggen me uitgebreid gedag. Wat een rust.

Ik denk dat je je beter kunt laten meeslepen door het leven en geen oordeel hangen aan wat er dan gebeurt, in plaats van al te veel te verwachten en in opstand te komen omdat dingen nooit zo gaan zoals je wilt. Want zo is het.

Dit artikel verscheen eerder bij 365 Dagen Succesvol.