Hedwig

Is minder doen het recept voor een gelukkiger leven?

“Je hebt nu toch alle tijd om te doen wat je wil, nu je het vrije leven leidt”, stuurde een vriendinnetje laatst als excuus mee met haar lange Whatsapp-bericht. Ik gebruikte de spraakfunctie om haar te beantwoorden. Dat gaat makkelijker. Sneller. Want zo rustig heb ik het eigenlijk helemaal niet, liet ik haar ook maar direct weten.

Het is het enige wat ik heb onderschat. Ik moet er zelf om lachen, als ik denk aan hoe ik dacht dat mijn dagen uit heerlijk nietsdoen zouden bestaan. Behoorlijk cliché. En er is dus niets van waar. Van koken tot mezelf of kleding wassen tot boodschappen doen: het gaat allemaal door en kost meer tijd dan ooit. Mijn dagen zitten vol. Niks geen niks doen dus.

Toch is er wel wat veranderd op dat gebied. Wat ik per dag doe is minder dan ooit, onder andere dus omdat het allemaal zo’n gedoe is. Doordat ik zo weinig doe, wordt alles wat ik wél doe, enorm uitvergroot. Ik begin de dingen steeds bewuster te beleven.

Mindful koffiezetten

Zoals wanneer ik koffiezet. Dan pak ik mijn zakje koffiebonen en steek ik eerst mijn neus erin. Die geur is al de helft van het genot van een vers bakkie. Dan maal ik wat bonen met een mini-koffiemolen, net voor vertrek aangeschaft. Ik had al wel het idee dat ik deze kleine rituelen meer en meer zou gaan waarderen. Je kan niet veel in zo’n busje, maar wát je kunt, moet je goed doen.

Dan schuif ik wat doosjes thee en blikjes peulvruchten opzij, op zoek naar de koffiefilters. Ik trek een verfomfaaid exemplaar uit het karton en leg ‘m gevouwen in de kleine rode trechter (multifunctionaliteit is alles op zo’n klein oppervlak), die ik weer op een thermosbeker zet. Ik zet met mijn linkerhand de fluitketel op het fornuis terwijl ik met mijn rechterhand het gas aansteek met een vrolijk fluoroze aanstekertje dat ik eerder in een Franse supermarché kocht. Even de gasknop vasthouden want anders valt-ie uit.

Terwijl het water begint te koken vul ik de filter met de versgemalen koffie. Opnieuw snuif ik de fijne geur ervan diep in. Lekker. De ketel begint te fluiten en voorzichtig pak ik ‘m bij zijn bakelieten handvat en schenk het water op. Omdat ik inmiddels weet dat warme dranken in onze emaille bekers sneller dan je lief is afkoelen, ga ik zitten met de hete kop in mijn handen en doe niets anders dan wachten tot de koffie de ideale temperatuur heeft bereikt om te drinken. Dan geniet ik. Opnieuw, en opnieuw.

Voorheen gooide ik een aluminium cupje in een machine en zette ik een automatische melkopschuimer aan, terwijl ik op mijn mobiel nog eens mijn mail checkte. Moest ik wat beantwoorden, dan deed ik dat waarschijnlijk al nippend aan mijn cappuccino.

Hoe anders is het nu. Bij iedere handeling sta ik stil. Niet in de laatste plaats omdat het allemaal zo krap bemeten is en je, voor je het weet, iets omstoot en jezelf nóg meer werk op de hals haalt.

Blue zones

Mijn moeder vertelde laatst over een documentaire die ze had gezien over ‘blue zones’, gebieden in de wereld waar mensen gemiddeld veel ouder worden en gelukkiger zijn. Het had natuurlijk met voeding te maken en met culturele eigenaardigheden, maar bovenal “zijn die mensen daar gewoon altijd lekker aan het keutelen”. Mijn moeder ging verder (ook via een Whatsapp-spraakbericht overigens, dat niet alleen een handiger maar ook echt een veel gezelliger alternatief is voor een paar regels tekst): “Hun dagen bestaan daar uit een paar simpele bezigheden, maar alleen wat écht nodig is. En familie is belangrijk, maar heel veel meer doen ze niet. Wij willen eigenlijk veel te veel in het leven.”

Oké, ik doe misschien een stuk minder, maar om eerlijk te zijn: minder blij word je daar echt niet van.

Dit artikel verscheen eerder bij 365 Dagen Succesvol.