Ouarzazate, Marokko

Hoe je jongere zelf je weet te vertellen welke kant je op moet

Met een beetje spuug maak ik het topje van mijn wijsvinger nat en wrijf over mijn enkel. Over de tattoo op mijn enkel. Een kleine zwarte papegaai in Maya-stijl. Of nou ja, zwart, dat wordt-ie pas weer als ik dat stukje huid vochtig maak. Het is alweer zestien jaar geleden dat ik ‘m liet zetten. Het zwart is niet zwart meer – en echt mooi gezet is deze tatoeage ook niet. Maar ik was net vijftien en ik moest en zou een tattoo nemen.

Het papegaaitje had ik in de bibliotheek uit een afbeeldingenboek over Maya’s gekopieerd. Met vijftien sprak het me meer aan dan ooit. Vogels gaan waar ze willen zijn. Vrijheid, dat wilde ik. Nelly Furtado’s ‘Fly like a bird’ was toen een hit en terwijl ik ernaar luisterde vroeg ik me af welke fantastische dingen mij zouden gebeuren in dit leven van mij. Oh, die dromen die je hebt, als je zo jong bent…

Luisteren naar jezelf

Op mijn dertigste besloot ik vrijwel alles gedag te zeggen wat ik kende en in het diepe te springen. Inmiddels dubbel zo oud dan mijn dromende jongere zelf. Ik denk dat de vrijheid eindelijk hard genoeg naar me schreeuwde om niet langer te kunnen doen alsof ik haar niet hoorde.

Wat is het dat ons dingen laat doen die we niet per se zelf willen, maar waarvan we hebben bedacht dat anderen die goedkeuren? Dat we daarmee een plaats in de maatschappij verdienen? Want dromen over vrijheid is leuk en aardig als je jong bent, maar we weten allemaal dat zoiets nooit de rekeningen zal betalen.

Een plan voor je dromen

Dat klopt. Maar actie ondernemen en een plan bedenken waarmee je werkt aan het waarmaken van die dromen misschien wel, op termijn tenminste. Je hebt vast al iets bedacht, heel stiekem, ver in je achterhoofd. Is dat het niet waard? Ook al probeer je het maar één keer? Ook al bestaat de kans dat je enorm op je bek gaat? Dan heb je het in ieder geval wel geprobeerd. Dan kun je je jongere ik eerlijk aankijken en zeggen dat je je best hebt gedaan.

Of misschien kom je erachter dat het helemaal jouw droom niet was, maar beland je daarna wel op een plek of ga je iets doen, waar je onverwachts heel gelukkig van wordt.

Begin!

Om eerlijk te zijn heb ik nooit gedroomd van leven en rondreizen in een bus. Pas toen ik het bedacht, en al helemaal toen ik het begon te doen, vielen de puzzelstukjes in elkaar. Werkelijk alles waar ik blij van word, komt samen in wat ik nu doe. Dus zo concreet hoeven je dromen ook weer niet te zijn. Bedenk gewoon waar je jongere zelf blij van werd – en doe net iets meer van dat. Dat is het begin.

Dit artikel verscheen eerder bij 365 Dagen Succesvol.