brood

Brood is goddelijk

Kauwend op een cracker met pindakaas (extra dik) kan ik niet geloven dat precies een week geleden de dag aanbrak dat ik, na vijf dagen enkel sap te hebben gedronken, voor het eerst weer mocht eten.

Vijf dagen lang dronk ik dus alleen maar groente- en fruitsap. Dit is mijn verslag van de eerste dagen erna. Hoe het me tijdens de kuur verging, lees je hier.

Een kind op Pakjesavond voelde ik me niet, maar het kwam er verrekte dicht bij in de buurt. Ik ging een dag met mijn moeder naar de sauna en waar ik altijd uitkeek naar de massage die ze meestal boekt, smachtte ik dit keer naar het lunchbuffet. Maar eerst nog een groen sapje in de trein. Geduld.

Overigens was ik in de verkeerde trein gestapt. Dat is niets voor mij, want ik stap nog niet eens het huis uit zonder te checken hoe laat de tram gaat – ook als dat iedere zeven minuten is. Gelukkig resulteerde het in een eigenlijk nog beter reisschema. Eentje die ik best zelf had kunnen bedenken, maar ik had er denk ik de kracht niet meer voor. Let wel, ik voelde me die ochtend heel sterk hoor. Als ik niet zo’n hekel had gekregen aan dat tijdrovende juicen dan had ik zo nog een paar dagen door gekund. Aan de andere kant begon ik steeds vaker stomme fouten te maken – als ik ze überhaupt allemaal heb doorgehad. Je zou het kunnen vergelijken met iemand die gedronken heeft –alcohol dan hè, niet sap- en denkt dat hij nog prima kan rijden. Ik kreeg steeds meer het besef dat ik écht minder scherp werd. Alsof mijn hersens ondanks de voedzame sapjes niet genoeg te eten kregen.

Dat mijn nieuwsgierige zelf de lust ontbrak om op te zoeken hoe dit zat zei waarschijnlijk al genoeg.

Ik lag in een sauna met mijn handpalmen om mijn heupbotjes gevouwen. Ze staken uit met daartussen mijn buik, welvend en plat. Geen eten in mijn buik, geen ballast. Ik ademde diep in en uit. Liet mijn buik als een ballon vollopen met lucht en zag bij iedere uitademing hoe die weer gracieus naar beneden kwam en zich over mijn bijna lege binnenste vouwde. Ik voelde me tevreden.

Nu je dit zo leest bekruipt je vast een ernstig gevoel. Je wilt me waarschuwen niet al te fanatiek te zijn. Ik bedoel, lag ik daar nou echt eten te markeren als ongewenste indringer?

Nee. Wat er was gebeurde was dat ik me zoveel meer in connectie voelde met mijn lichaam, met wat er daarbinnen gebeurt. We schuiven allemaal maar van alles naar binnen en we zitten de hele dag achter een computer, zonder ons af te vragen of ons lijf dat oké vindt. Die moet het maar gewoon accepteren vinden we. Mind over matter. Het lichaam wordt door ons veelal gezien als een ondergeschikt iets, het is slechts de slaaf van je verstand. En toen ik daar zo lag, in die aangename warmte, voelde ik me volledig in sync. Niet het niet eten maakte me blij, maar het feit dat ik voelde dat mijn lichaam voelde dat ik rekening met haar hield. De wetenschap dat je echt niet zoveel eten nodig hebt als je misschien denkt. En al helemaal niet de troep die je soms eet.

Dat – of mijn hersenen waren gewoon bevangen door de warmte.

Toen het tijd was voor de lunch stormde ik daar als een huishoudbeursbezoekster op af. Ik begon met een Thaise groentebouillon en die was ongelooflijk lekker zout. Pittig ook, maar heerlijk zout. Teleurstellend vond ik wel dat-ie vooral zout smaakte en niet zozeer naar iets anders. Ook toen ik later andere dingen ging eten merkte ik hoeveel minder zout ik nodig had. Ik vind zout een onnodige specerij in de keuken, maar stiekem was ik er de afgelopen maanden steeds meer van gaan gebruiken. Het verbaasde me dan ook dat je zoiets al in een kleine week kunt afleren.

Maar wat me vooral overdonderde was hoe weinig er voor mijn gevoel in mijn maag paste. Nu had ik daar al rekening mee gehouden en dus plaatste ik de etenswaren met uiterste precisie op mijn bord. Na de soep volgde een mini-salade van wat bietenblad, twee partjes tomaat en twee plakjes komkommer en ook verwende ik mezelf –een ander woord is niet van toepassing- met wat gerookte makreel. En toen zat ik vol.

Kan je maag zo snel inkrimpen? Het enige wat ik weet is dat ik nog steeds heel goed door heb hoeveel ik kan of zou moeten eten. Een week later is dat echt niet meer zo weinig als op die eerste dag, maar het is allicht minder dan ik voorheen at. Écht genoeg hebben gehad na twee sneetjes brood bijvoorbeeld, ik wist niet dat het bestond.

De eerste keer dat ik brood at was wél echt goddelijk trouwens. Een feestmaal. Ik ben expres naar een bakker in een andere buurt gefietst die dat ene lekkere brood verkocht waar ik zo gek op ben. Met een korst zo hard dat je er iemands keel mee kunt doorsnijden. Daarna at ik ieder hapje alsof het mijn laatste zou zijn. Als je zo geniet van wat je eet, heb je ook helemaal niet zoveel nodig.

De eerste dagen na de sapkuur bouwde ik extreem bewust mijn eetpatroon weer aan het op. Heel voorzichtig, niks wat zwaar op de maag zou vallen en ook: niks wat te vet of calorierijk was. Want ik bleek maar liefst een onwaarschijnlijke twee-en-een-halve kilo te zijn afgevallen. Nu ging ik er vanuit dat het vooral vocht was en gebrek aan maag- en darminhoud. En zo niet, dan zat het er binnen de kortste keren toch weer aan. Maar toch, ik vond het een kleine moeite om rekening te houden met mijn metabolisme dat zich nog moest aanpassen aan vast voedsel.

Een week later heb ik me nog niet opnieuw gewogen. Het maakt me ook niet uit. Ik zit lekker in mijn vel, net als ervoor trouwens. Ik ben trots op mijn lichaam en op wat het kan. Ik wil haar respecteren en goed voor haar zorgen, haar geven wat ze nodig heeft – en haar zoveel mogelijk weghouden van wat alleen maar energie vraagt in plaats van dat het iets oplevert.

Ik luister naar mijn lichaam, wanneer ik eet of als ik denk dat ik trek heb. Is dat wel echt zo? Ik weet nu hoeveel van het eetproces zich eigenlijk in mijn hoofd afspeelt, dus het lijkt me alleen maar eerlijk daar iets meer van mijn binnenste bij te betrekken.