BarbaraBaarsma

Barbara Baarsma: ‘Ik heb heel vaak ‘nee’ gezegd’

Meer dan vijf dagen in de week keihard werken, vroeg kinderen krijgen en de dingen doen die je leuk vindt. Het zijn de wijze lessen van topeconome Barbara Baarsma. ‘Ik ben zo vaak de eerste vrouw.’

Je zult Barbara Baarsma (43) niet snel betrappen op een onsamenhangend verhaal. Haar antwoorden zijn helder en afgewogen. Efficiënt. Zo is ze ook in haar werk als bijzonder hoogleraar Marktwerking en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam en als directeur van SEO Economisch Onderzoek, erkent ze. Met enige schroom vult ze aan dat analytisch en commercieel inzicht twee andere sterke punten zijn.

Ze weet heel goed wat ze wil. En dat was op dit moment níet de functie van nieuwe directeur van het Centraal Planbureau (CPB). Veel wil ze er niet over kwijt, behalve dat ze zich vanwege ‘niet nader toe te lichten redenen’ uiteindelijk besloot zich niet beschikbaar te stellen. Vorige week werd bekend dat de baan inmiddels vergeven is aan topambtenaar van Financiën, Laura van Geest. Dat zij op die functie, als opvolger van Coen Teulings, de eerste vrouw was geweest interesseert haar niet. ‘Ik ben op zoveel plekken de eerste vrouw.’

Aan tafel bij Nieuwsuur bijvoorbeeld, waar ze geregeld uitleg mag komen geven over de meest uiteenlopende economische thema’s. Allemaal voor het goede doel: toelichten, uitleggen en het toegankelijk maken van de economie, stelt ze resoluut. Maar als Baarsma het idee krijgt dat ze alleen maar mag aanschuiven omdat ze vrouw is, dan weigert ze principieel. Baarsma heeft weinig op met vrouwenquota. ‘Zullen we het alsjeblieft niet weer daarover hebben?’

Heel even maar. Een paar jaar geleden sprak ze zich uit tegen het quotum tijdens de hoogoplopende landelijke discussie, bij wijze van tegengeluid. Ze vond het belangrijk dat de buitenwereld wist dat er ook vrouwen zijn tégen het voorgestelde quotum. ‘De meeste vrouwen willen nou eenmaal niet fulltime werken’, zegt Baarsma. ‘Een topfunctie vereist een werkweek van meer dan vijf dagen. Als je dat niet wil, moet je ook niet zeuren over een glazen plafond.’

Briljante keus

Baarsma daarentegen houdt het niet bij één topfunctie: directeur van SEO Economisch Onderzoek, bijzonder hoogleraar, kroonlid van de SER én tal van commissariaten (zie kader). Waar anderen schrikken van zo’n brede portefeuille, vindt zij dat juist zo leuk aan haar werk. ‘Bij SEO sta ik zogezegd met mijn poten in de modder.’ Het is ‘hard werk’, ook omdat ze geen subsidie ontvangen en het optimale uit de markt moeten halen. ‘Die dunne lijn tussen commercie en wetenschap is een hele mooie, dat wel.’ Daarnaast vervult Baarsma bij haar commissariaten juist weer meer een helikopterfunctie. Die diversiteit maakt dat ze naar eigen zeggen beter presteert. ‘Ik weet gewoon meer, dankzij mijn ervaring en kennis van al die sectoren en functies.’

Haar carrière is minder doordacht dan die lijkt. ‘Ik heb nooit een carrière uitgestippeld en zelfs nooit écht gesolliciteerd. Wel heb ik heel vaak ‘nee’ gezegd. Ook tegen dingen waarvan ik later dacht: ik had gemakkelijk ‘ja’ kunnen zeggen, omdat het goed verdiende bijvoorbeeld. Mijn drijfveer is altijd kwaliteit geweest.’

De reden dat ze ‘zo lekker kan werken’ is omdat ze het thuis ‘zo ongelooflijk goed heeft’, glimlacht ze. Het combineren van haar werk met ‘de drie heren thuis’, is dan ook haar grootste trots. Baarsma is al lange tijd samen met haar geliefde en kreeg relatief vroeg kinderen, op haar 27ste. ‘Dat was niet bewust, we wisten gewoon dat we oud wilden worden met elkaar en waren er allebei aan toe.’ Kinderen krijgen voordat haar carrière een vlucht nam bleek achteraf een briljante keus, zegt de topvrouw. ‘Als je later aan kinderen begint, haal je die pauze van een paar jaar doorgaans niet meer in.’

Toch had uw carrière er heel anders kunnen uitzien. U studeerde ooit Industrieel Ontwerpen.

‘Ik wilde graag iets wiskundigs doen, iets analytisch en iets creatiefs. Dat dacht ik terug te vinden in Industrieel Ontwerpen. In de praktijk vond ik het wiskundedeel alleen lang niet uitdagend genoeg en de creativiteit bestond er ook nog eens uit dat je met je handen dingen moest maken.’

Na uren te hebben besteed aan projecten zoals het natekenen van een koffiekopje – ‘dat werd hartstikke lelijk’- maakte Baarsma de switch naar Economie. Ze bedacht dat ze toch liever iets maatschappelijks wilde doen en in die studie kwamen bovendien haar analytische en abstract-creatieve kwaliteiten beter tot hun recht. ‘Het is misschien een ander soort creativiteit maar ik ben nog steeds bezig met dingen ontwerpen. Alleen nu markten en regulering in plaats van tastbare producten.’

Is het wel leuk om in deze crisistijd econoom te zijn?

‘Ja, juist. De economie mag dan als wetenschap hebben gefaald in het voorspellen van de crisis maar daar zijn we niet de enigen in. Iedereen heeft daar deel aan: toezichthouders, politici en zelfs consumenten die maar op de pof bleven kopen en te hoge hypotheken afsloten.’

Krijgt u wel eens verwijten?

‘Economen hebben een behoorlijk zelfreinigend vermogen. Het is heel duidelijk: de economie is geen voorspellende wetenschap. We analyseren en we duiden. Ik heb mezelf nooit voor mijn hoofd geslagen van dit had ik moeten zien aankomen. Bovendien hebben economen een hoop wél voorspeld. Zo werd er in 2005 al gewaarschuwd dat de hypotheekrenteaftrek echt héél slecht is voor de werking van de woningmarkt.’

Maar intussen bestaat die aftrek nog steeds. Beschouwt u de regerende politici dan niet als spelbrekers?

‘Dat zij de hypotheekrenteaftrek nu pas in dertig jaar afbouwen is een politieke keuze. In een democratie zijn politici gekozen voor het nemen van beslissingen. Beleidseconomen voeden hen met zo veel mogelijk objectieve feiten en rationele argumenten en zij hakken vervolgens de knopen door. Natuurlijk vind ik het leuk als ze een beleidsvoorstel overnemen maar dat betekent niet dat het anders is mislukt. En soms zetten we politici wel degelijk aan het denken. Achter de deuren gebeurt veel meer dan je leest in de krant.’

Zo makkelijk praten is het niet voor de huidige economiestudenten, die volgens de laatste arbeidsmarktcijfers maar magere kansen hebben.
‘Bij SEO nemen we zoveel jonge mensen aan als we kunnen, maar het is heel jammer om te zien hoeveel talent de wachtkamer ingaat. Ik zou ze adviseren om toch te blijven najagen wat ze leuk vinden, of anders een andere relevante baan te zoeken zoals die van economieleraar. Maar iedere keer ‘nee’ te horen krijgen, is hartstikke moeilijk. Ik vind ook eigenlijk niet dat ik in de positie ben om mensen te vertellen hoe ze moeten solliciteren.’

Toch blijft ze geloven in de gedachte: ‘Als je het leuk vindt wat je doet dan straal je dat uit, dan trek je positieve dingen aan.’

Of is Baarsma gewoon een geluksvogel? ‘Nee hoor, voor veel heb ik gewoon keihard gewerkt. Maar erg gelukkig ben ik wel.’

Wie is Barbara Baarsma?

In 1993 studeert Baarsma (1969, geboren in Leiden) cum laude af in economie aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze sinds 2009 is aangesteld als bijzonder hoogleraar marktwerking en mededingingseconomie. Na haar promotie gaat ze in 2000 aan de slag bij SEO Economisch Onderzoek, waar ze in 2008 wordt benoemd als directeur.

Het Amsterdamse instituut doet onderzoek in opdracht van bedrijven en overheid. Daarnaast financiert SEO zelf wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2012 is ze kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, waarvoor zij de regering adviseert over economische vraagstukken. Daarnaast vervult Baarsma commissariaten voor onder andere verzekeraar Loyalis NV, St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg en BNN.

Geluk omrekenen naar economische rekenmodellen

Het is een misverstand dat economie altijd draait om geld, vertelt Baarsma. ‘Het gaat om welvaart. De economie bestudeert eigenlijk hoe je producten en diensten zo goed mogelijk kunt verdelen zodat ieders behoeften optimaal worden bevredigd en de welvaart maximaal is. Geld is nou eenmaal de handigste methode om dat mee te meten.’

Haar creativiteit komt daarbij goed van pas. Zo wist de econome zelfs woonplezier van omwonenden van Schiphol in geld uit te drukken voor haar proefschrift over de monetarisering van externe effecten, zoals geluidshinder. ‘Op die manier kon dat aspect effectief worden meegenomen in de kosten-batenanalyse. Money talks louder than words.’

(Beeld: Frank Groeliken)

Dit interview stond in de editie van weekblad Intermediair van 8 mei 2013. Het origineel vind je hier.