Schermafbeelding 2017-03-22 om 22.26.06

Aan de andere kant: is Nederland wel zo tolerant?

Ben je ‘he’ of ben je ‘ho’? Zo simpel ligt het allang niet meer. Van seksuele voorkeur tot je gender­identiteit: je hoort er tegenwoordig veel over. Wat is er allemaal aan seksuele diversiteit en hoe geaccepteerd is het anno 2016 om ‘anders’ te zijn? 

Wat je ook ‘bent’ in Nederland, het lijkt nauwelijks een probleem. Op 6 augustus staan we in Amsterdam weer massaal met regenboogvlaggen te zwaaien en al vijftien jaar mag je hier met iemand van dezelfde sekse trouwen. Daarbij kwam het Sociaal Planbureau dit voorjaar met het goede nieuws dat de hoeveelheid mensen die negatief denken over homoseksualiteit, sinds 2006 is gedaald van vijftien naar zeven procent. Onze tolerantie is onze nationale trots.

Gendernormen

Het taboe op homoseksualiteit is inderdaad afgenomen, vertelt Laurens Buijs. Hij is socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in homo-acceptatie en sexualiteit. Buijs ziet dat er meer nieuwsgierigheid is dan ooit naar homoseksuele ervaringen: “We praten er gemakkelijker over.” Ook experimenteren vooral jonge mannen en vrouwen volgens hem een stuk meer met mensen van hetzelfde geslacht: “Niet dat ze per se homo zijn, maar gewoon om- dat ze benieuwd zijn hoe het is. Dat gaat nu een stuk makkelijker dan vroeger. Al hangt het er wel vanaf waar je vandaan komt: op het platte- land ligt dat nog altijd moeilijker dan in de stad.” Het is zelfs een beetje hip aan het worden om je geaardheid eens goed te verkennen, heeft Buijs de indruk. Vooral vrouwen gaan op ontdekkings- tocht. Je hebt na een goed feestje vast weleens een foto van een van je vriendinnen, zoenend met een vrouw, langs zien komen. Iemand van wie je toch echt dacht dat ze hetero was? Dat we hier niet zo van opkijken, heeft te maken met de zogeheten gendernormen, vertelt de socioloog: “Als vrouw kun je veel soorten gedrag vertonen en nog steeds als vrouwelijk worden gezien.”

Doe eens normaal

Dat ziet ook Saskia Wieringa, hoogleraar gender and women’s same-sex relations crossculturally. Al tientallen jaren doet zij onderzoek naar vrouwenemancipatie en nog nooit waren we zo open over sexualiteit als nu, zegt ze. In 1950 geboren heeft ze zelf heel bewust de sexuele revolutie van de jaren zeventig meegemaakt waarbij ook veel werd geëxperimenteerd. “Maar vandaag de dag gebeurt dat op een veel bredere manier dan dat wij dat deden. Mijn generatie groeide op met de verstikkende deken van na de oorlog, waarbij je niet kon praten over je lichaam en je gevoelens. Bovendien speelde toen het patriarchale denk- patroon een grote rol: de belangen van de man stonden voorop. Dat is nu niet meer zo.” Vrouwen hebben de vrijheid sexualiteit te beleven op een door henzelf gekozen manier – en hier en daar rond experimenteren hoort daarbij.

De antropologe merkt dat jonge mensen van nu vaker vraagtekens durven te zetten bij wat als normaal en gewoon wordt beschouwd in onze samenleving. Wieringa: “Geaardheid is sowieso helemaal niet zo vaststaand als we denken. Als je bijvoorbeeld naar de statistieken kijkt, blijft de hoeveelheid lesbische vrouwen hetzelfde. Na verloop van tijd verandert de samenstelling echter wel. Dat betekent dat een vrouw die zich eerder als lesbisch bestempelde, zich hetero gaat noemen en andersom. En dat is dus geen uitzondering.”

Traditionele rolverdeling

Bij mannen ligt dat toch een stuk lastiger. Het pad dat je als man moet bewandelen om als man gezien te worden, is vrij smal. “Je wordt al snel als gay bestempeld,” aldus socioloog Laurens Buijs. Om die reden rust op biseksualiteit onder mannen nog steeds een groot taboe. Een mannelijke man zijn en (ook) op mannen vallen: dat is voor veel mensen een ondenkbare combinatie. “Je mag best homo zijn, maar laat het niet te veel zien. Dat is een veel gedeelde mening onder heteromannen,” vertelt de socioloog. Ook heerst er bij deze mannen vaak angst versierd te worden door een man. Buijs: “Dat heeft te maken met de traditionele rolverdeling die we van oudsher kennen: mannen zijn gewend dat zij degenen zijn die veroveren. Als zij- zelf ineens versierd worden, veranderen ze in het lustobject: wat eerder de rol van de vrouw was en dus wordt geassocieerd met vrouwelijkheid.”

Echte vent

Voor veel heteromannen staat homoseksualiteit nog steeds op gespannen voet met hun ideaal van wat een echte man is, vervolgt Laurens Buijs. Dat maakt de acceptatie niet makkelijker. Hij ziet het ook wanneer hij spreekt met jongens (zowel de daders als de slachtoffers zijn vrijwel altijd mannen), die opgepakt zijn wegens geweld richting homo’s. Buijs: “Dan zeggen ze: ik heb niets tegen homo’s, maar degene die ik in elkaar heb geslagen, keek me vies aan.”

Oké, maar echt veel anti-homogeweld vindt er niet plaats in ons tolerante landje, toch? Helaas, de cijfers liegen niet. Zeven op de tien LHBT’ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders) krijgen te maken met fysiek of verbaal geweld, vertelt Tanja Ineke. Zij is voorzitter van het COC, dat zich al zestig jaar inzet voor de belangen van LHBT’ers. Ze vervolgt: “De daders zijn zowel allochtonen als autochtonen. Maar wel valt op dat in moslimkringen de acceptatie van LHBT’ers een stuk achterloopt. Daar staat maar een derde positief tegenover homoseksualiteit. De acceptatie in streng-christelijke kringen is ook nog steeds erg laag. Van mensen die wekelijks naar de kerk gaan, is veertig procent negatief over LHBT’ers.”

Ingewikkelde hokjes

Waar ook weinig begrip voor is, zijn de minder gangbare ‘hokjes’: transgenders bijvoorbeeld, bij wie het geboortegeslacht en het gevoel over wie ze zijn niet overeenkomen. Of mensen met een zogenoemde intersekseconditie, vertelt Ineke: “Zij hebben de kenmerken van zowel mannen als vrouwen. Daar rust een enorm taboe op. Vandaar dat wij die nu ook meenemen in ons emancipatiebeleid.” Daarnaast heb je nog de queers: deze mensen vinden zelfs de homo- wereld te rolbevestigend en willen in geen enkel hokje horen. Of wat dacht je van aseksuelen of panseksuelen, die vallen op persoonlijkheid en niet op geslacht? Het is best ingewikkeld, bekent Ineke lachend. “Eigenlijk denken wij ook niet meer zo in termen van hokjes. Je merkt dat mensen die als knellend ervaren. Wist je dat maar liefst een miljoen Nederlanders zich niet volledig thuis voelen in de categorie man of vrouw? (Dit blijkt uit cijfers van COC, red.) En dan hebben we het nog niet eens over seksuele geaardheid.”

Standaard hetero zonder poespas

“Het gaat inderdaad steeds minder over hokjes,” beaamt ook Marije Janssen, programmamaker en organisator van debatavonden en workshops over sexualiteit. Ze ziet dat er steeds meer behoefte is om daar op een open manier over te praten. Janssen: “Wat ik vooral merk, is dat mensen zich willen losmaken van de standaard manieren waarop we tegen homo- of heterosex aankijken. Waarom moet altijd iemand de zogenaamde vrouwenrol vervullen en de ander die van de man?”

In het kader daarvan geeft ze nu cursussen ‘genderless’ sex. “Kijk, het is helemaal oké om een standaard heterorelatie te hebben zonder poespas. Als je je maar niet een maatschappelijk ideaal laat aanpraten waar je eigenlijk niet achter staat. Alleen maar omdat je denkt dat wat jij wil te veel afwijkt. Er zijn nog te veel mensen die zich schamen voor wie ze zijn en wat ze willen.”

Vrijheid bijheid

Een van de ontwikkelingen op sexueel gebied is de opkomst van polyamorie: het hebben van meerdere partners tegelijk. Roos Reijbroek is oprichter van praatgroep De Meerminners in Utrecht en geeft soms lezingen over het onder- werp en over non-monogamie in het algemeen. Ze ziet een ongelooflijke toename in interesse hierin, ook weer met name vanuit vrouwen. Ze vertelt: “Op het moment dat je vrijer bent in je sexualiteit, vallen er een hoop grenzen weg. Dan zijn er ineens een stuk meer mogelijkheden. Dat betekent dat je als vrouw een relatie kunt hebben met twee mannen, maar ook met een man en een vrouw of met drie vrouwen. Ben je dan lesbisch? Ben je dan biseksueel? Geen idee. Sommige mensen ervaren zelfs dat polyamorie weer een aparte geaardheid is.”

Kun je niet kiezen of zo?

Hoe beperkt onze acceptatie echter is als het gaat om anders zijn, merkt Reijbroek vaak genoeg. “Neem bijvoorbeeld een situatie waarbij iemand meerdere partners wil meenemen naar een familie-uitje. Daar hebben mensen veel moeite mee. Ze associëren het hebben van meerdere partners met iets pervers en negatiefs.” Op het gebied van polyamorie zijn nog geen rolmodellen te vinden, maar er zijn genoeg LHBT’ers. Van soapacteur Ferry Doedens tot tv-presentatrice Mirella van Markus. Of neem politici als Boris Dittrich en Vera Bergkamp. Ook binnen de multiculturele samenleving zijn er inspirerende figuren om je mee te identificeren: van een Turks-Nederlandse lesbische moslima (Döne Fil) tot een Surinaamse transvrouw (BeyonG). En schaatsster Ireen Wüst en muzikant Douwe Bob komen openlijk uit voor hun biseksualiteit. Dat is trouwens nog altijd minder geaccepteerd dan ‘gewoon’ homo zijn. Want kun je niet kiezen, of zo?

Gepest op school

Er is één ding waar we ons in Nederland echt zorgen over moeten maken, vindt Tanja Ineke van het COC: de acceptatie op scholen. “Onder homo-jongeren is het aantal zelfmoorden vijf keer zo hoog. Dat vind ik schrikbarend. De helft van de homo-jongeren wordt steevast gepest. Daar begint het al.” De leeftijd waarop ze uit de kast komen, blijft daarnaast steken op zeventien jaar, terwijl veel van hen aangeven al op jonge leeftijd zulke gevoelens te ervaren. Sinds vier jaar is voorlichting over homoseksualiteit ver- plicht gesteld op het voortgezet onderwijs, maar slecht een op de vier leerlingen krijgt het daad- werkelijk. Waarom dit niet gebeurt, is onduide- lijk, stelt Ineke. Waarschijnlijk vinden docenten het moeilijk om erover te praten, maar ook dat draagt natuurlijk allesbehalve bij aan de acceptatie.

Eeuwige coming-out

Het is duidelijk: ook in Nederland is het niet vanzelfsprekend een zorgeloos leven te leiden als je niet ‘gewoon’ heteroseksueel bent. Het is zelfs zo dat vier op de tien LHBT’ers op het werk niet open zijn over hun seksuele voorkeur, blijkt uit cijfers van COC. Niet alleen om flauwe grappen te voorkomen (je moet eens opletten hoe vaak dat nog gebeurt), maar ook om een goede carrière veilig te stellen. Laurens Buijs: “Wie weet werkt het tegen me, denken mensen dan. Hoe hogerop in het bedrijf, hoe openlijker er over geaardheid gesproken wordt.”

Eigenlijk zijn homo’s hun hele leven bezig uit de kast te komen, vervolgt Buijs. “Er is niet zoiets als één enkele coming-out. Je hebt het misschien tegen familie en vrienden gezegd en op je werk, maar wat als je een nieuw iemand ontmoet? Of op vakantie? Kun je het dan ook zeggen? LHBT’ers moeten constant nadenken over hoe anderen op ze reageren. En afwegingen maken over hun veiligheid. Voor hetero’s is daar totaal geen sprake van.”

Dubbele moraal

Veel Nederlanders hanteren volgens Laurens Buijs een dubbele moraal: “We accepteren homo’s, maar nog altijd vindt een derde zoenen- de mannen in het openbaar aanstootgevend.” Bovendien is Nederland in Europa naar de tiende plaats gezakt als het gaat om LHBT-rechten. We lopen achter. Het is Buijs duidelijk wat er moet gebeuren: laten we elkaar niet meer eindeloos vertellen dat het hier zo goed gaat. “We hebben geweldige successen geboekt en rechten opgebouwd en nu is het tijd om verder te kijken. Anders dan we denken, leven we niet in een land waar de homo-emancipatie is voltooid.

Susanne te Braak (32, transgender):
“Toen ik achttien was, besloot ik geen vrouwenkleren meer te kopen want daar voelde ik me zeer oncomfortabel in. Ik kon me gewoon niet echt identificeren met vrouwen. Kort daarvoor had ik ontdekt dat ik op vrouwen val. Maar ik kon me ook niet identificeren met stoere lesbische vrouwen. Toen ik acht jaar geleden voor het COC begon te werken en een training over transgenders volgde, dacht ik: nu kom ik erachter dat ik een man wil worden. Maar ook dat klopte niet. Ik voel me te vrouwelijk om te zeggen dat ik een man ben en te mannelijk om te zeg- gen dat ik een vrouw ben. Nu noem ik mezelf transgender. De buitenwereld hee nou eenmaal hokjes nodig. Ik drink geregeld een biertje in de stad met een door mezelf aangemeten baard. Mensen raken dan in de war. Je ziet ze denken: is het nou een man of een vrouw? Soms gaan ze het gesprek aan, de ene keer vriendelijker dan de andere keer. En soms word ik echt voor gek gezet. Ik ben zelfs eens een toilet uit gezet. Ook ben ik twee keer in elkaar geslagen vanwege mijn uiterlijk. Erg heftig, maar het hee me wel sterker gemaakt. Ook al is het verwarrend voor de wereld: dit is wie ik ben.”

Barbara Oud (25, biseksueel):
“Ben je eigenlijk niet lesbisch? Dat vroeg mijn toenmalige vriendje eens op m’n acht- tiende, omdat ik zei dat ik vrouwen vaker aantrekkelijk vond dan mannen. Misschien wel, dacht ik. Gek genoeg had ik er nooit bij stilgestaan dat je ook biseksueel kunt zijn en op allebei valt. Ik heb het mijn ouders verteld en die reageer- den heel positief, maar ik ben niet mijn hele familie afgegaan. Die kwamen erachter toen ik in een tijdschrift was geïnterviewd over mijn biseksualiteit. Veel mensen konden dat niet goed plaatsen, die dachten dat ik hetero ben. Ik heb altijd alleen maar relaties met mannen gehad en nu ook. Dat is nou eenmaal zo gelopen. Omdat ik me kan verschuilen achter mijn heterorelatie zou ik er niet voor uit hoeven te komen, maar dat wil ik niet. Ik denk dat elke coming-out bijdraagt aan een betere acceptatie. Op mijn werk heb ik wel nare dingen meegemaakt. Daar werd erg over me geroddeld, dat ik elk weekend bij een andere vrouw in bed zou liggen. Of mannen zeiden: ‘Oh lekker, dus je houdt van trio’s?’ Totaal niet relevant en beledigend vind ik dat. Op zo’n moment voel ik me gedegradeerd tot een sexuele fantasie, in plaats van dat ik een persoon ben met gevoelens.”

Elijah Tevrede (15, homoseksueel):
“Op mijn tiende wist ik het zeker: ik val echt op jongens. Ik heb nog tot mijn twaalfde gewacht om het aan mijn ouders te vertellen. Dat vond ik erg spannend, maar ze bleken het helemaal prima te vinden. Op school weet iedereen het wel. Het helpt dat het me niet boeit als ze iets naars tegen me zeggen, dan is de grap er snel vanaf. Ik word eigenlijk nooit gepest. Wel gebruiken zelfs mijn vrienden ‘homo’ als scheldwoord. Als ik ze daarop aanspreek, zeggen ze dat ze het niet zo bedoelen. Dat is ook zo, maar toch vind ik het raar om daarmee te schelden. Online is het een ander verhaal: op Instagram laten jongens die ik niet ken geregeld gemene reacties achter op mijn profiel en taggen hun vrienden. Ook kijken hetero-jongens in de stad waar ik woon me soms vies aan. Ik merk dat ik dan automatisch zo mannelijk mogelijk probeer door te lopen. Verder vertel ik niet per se
aan iedereen dat ik homo ben. Hetero’s zeggen toch ook niet steeds dat ze hetero zijn? Op de meeste momenten voel ik me trouwens wel geaccepteerd hoor. Al denk ik soms: als hetero zou alles toch makkelijker zijn.”

Nassiri Belaraj (41, homoseksueel):
“Na 25 jaar worstelen met mijn geaardheid ben ik zes jaar geleden uit de kast gekomen. Dat ik dat eerder niet durfde, heeft alles te maken met mijn Marokkaanse achtergrond. Homoseksualiteit is daarbinnen niet als vanzelf- sprekend geaccepteerd. Dat hee met religie te maken, maar ook met de cultuur: die draait sterk om familie en tradities. Als een zoon dan homo blijkt te zijn, valt het klassieke droomplaatje in duigen. Ook mijn eigen moe- der kan er niet mee omgaan. We zijn gek op elkaar, maar twee jaar geleden besloot ze het contact te verbreken. Tot die tijd hee ze enorm haar best gedaan om me ‘van gedachten te doen veranderen’. De Marokkaanse cultuur draait ook erg om schaamte: wat zullen anderen wel niet denken? Mijn moeder vindt dat ze hee gefaald en daar schaamt ze zich voor. Maar ik kon het geheime dubbelleven gewoon niet langer volhouden: nooit kon ik mezelf zijn, nooit voelde ik me vrij. Ik werd er letterlijk ziek van. Uit de kast komen binnen een islamitisch gezin betekent dat je mogelijk thuis niet meer welkom bent, maar het is het waard. Ik ben nu gelukkig met wie ik ben en wat ik doe.”

BeyonG Veldkamp (30, transgender):
“Ik ben geboren als jongen, maar ik heb me nooit echt man gevoeld. Al tijdens mijn jeugd merkte ik dat ik anders was. Ik speelde ook altijd met barbiepoppen en was heel gevoelig. Op mijn achttiende ben ik uit de kast gekomen als homo, maar direct voelde ik dat dit niet het hele verhaal was. Op mijn 24e wist ik het zeker: ik ben transgender. Sindsdien presenteer ik mezelf als vrouw, dat is waar ik me het fijnst bij voel. Sinds 2,5 jaar slik ik hormonen en krijg ik ook rondingen. Ik merk dat mijn lichaam en mijn gevoel nu veel beter overeenkomen. Wel zie ik dat veel mensen het niet begrijpen. Dat brengt vaak pijnlijke situaties met zich mee: dan vragen vreemden aan me wat ik tussen mijn benen heb zitten. In het begin werd ik daar verdrietig van, maar inmiddels heb ik een dikkere huid en zelfspot gekregen. Al went het nooit om uit- gelachen of nagewezen te worden. Het herinnert me er constant aan dat ik anders ben, terwijl ik daar zelf helemaal niet zo mee bezig ben. Ik probeer ook gewoon maar mezelf te zijn en zo gelukkig mogelijk.”

Met de beste wil van de wereld

Hoe gaat het wereldwijd eigenlijk met de acceptatie van seksuele diversiteit? Het homohuwelijk lijkt een mooie graadmeter: al in negentien landen mogen twee personen van hetzelfde geslacht trouwen, waarvan Colombia de nieuwste is. In een tiental andere landen staat het op de politieke agenda of liggen er al wetsvoorstellen op tafel. Helaas valt er ook een hoop te winnen: in ruim zeventig landen wordt homoseksualiteit als misdrijf gezien, aldus internationaal homorechten- organisatie ILGA. Grofweg gaat het om plekken in grote delen van Afrika, het Midden-Oosten, de Caraïben en de eilanden in Oceanië. In enkele, streng islamitische, landen geldt
zelfs de doodstraf. Daarnaast is Rusland een speciaal geval: homoseksualiteit is niet strafbaar, maar het toejuichen ervan wel. De wet die president Poetin vorig jaar ondertekende (de wet verbiedt ‘propaganda voor niet-traditionele relaties’) wordt door velen beschouwd als homofoob. Helaas maakt de afschuwelijke schiet- partij in Orlando van afgelopen juni duidelijk dat wetten niets voorstellen als het gaat om acceptatie en veiligheid.

Dit artikel stond in VIVA nummer 31 van 3 augustus 2016. Hier vind je de originele pdf.